Samenstelling van een bijenvolk

Het aantal individuen in de kolonie schommelt sterk in de loop van een jaar. I n de zomer bestaat een bijenvolk uit 1 koningin, 30.000 tot 70.000 werksters en een duizend darren. De kolonie overwintert onder de vorm van een bijentros, samengesteld uit de koningin en 10.000 tot 20.000 winterbijen. De koningin zit midden in de tros en wordt verwarmd door de omringende werksters. Ze wekken de warmte op door het bewegen van hun vleugelspieren en putten daar voor de noodzakelijke energie uit de reservevoorraad ‘honing’. Een gemiddelde kolonie verbruikt tijdens een normale winter in de gematigde streken ongeveer 18 kg voer.

De koningin legt enkel eitjes. Om te overleven moet ze over voldoende werksters beschikken. De benaming “werksters” zegt al genoeg. De darren fungeren als spermaleveranciers. Nadat de koningin met enkele darren gepaard heeft, bewaar t ze het spermanetjes in haar spermatheek (spermaopslagplaats). Later kan ze zorgen voor het ontstaan van de verschillende individuen.

 

 

Koningin Werkster Dar
Geslacht Wijfje Onvruchtbaar wijfje Mannetje
Kenmerken • Groter dan werksters, tot 18 mm lang. Achterlijf slank en spits uitlopend met meestal een lichtere kleur. • Relatief korte vleugels • Wijd opengesperde poten • Angel zonder weerhaken • Klein, tot 12 mm lang; kort achterlijf • Bezit specifieke organen en zintuigen m.b.t. de werkverdeling • Angel met weerhaken • Fors gebouwd. Breed achterlijf • Grote ogen en sprieten • Maakt een dof geluid. • Geen angel • Ontstaat uit onbevruchte eitjes
Leeftijd Maximum 5 jaar In zomer: ± 6 weken In winter: ± 6 maanden 3 tot 4 maanden